Close
Maastrichterstraat 365 3740 Bilzen
089 41 14 08 info@lowist.be
“Trots op ons voetgangersnetwerk”: Hasselt als case study in Tijdschrift Publieke Ruimte

Te voet door Hasselt

[Dit artikel verscheen in het Tijdschrift Publieke Ruimte nr. 33, pp. 33-35]

Auteur: Jan Vilain, Infopunt Publieke Ruimte

 

Met een doorsnede van achthonderd meter heeft de Hasseltse binnenstad de ideale maten van een voetgangersgebied. Het stadsbestuur is volop bezig om het centrum als dusdanig in te richten en wil ook de ruimte buiten de Groene Boulevard voetgangersvriendelijk maken. Schepen van mobiliteit Marc Schepers en mobiliteitsambtenaar Maarten De Schepper lichten toe hoe ze dat aanpakken.

 

In het centrum van Hasselt vindt een ingrijpende ruimtelijke ontwikkeling plaats. Het nieuwe stadskantoor ’t Scheep opende in 2018. In de omgeving van het begijnhof komt een nieuwe hogeschool- en universiteitscampus. Om de toestroom aan studenten op te vangen wordt de omgeving heringericht op maat van voetgangers en aangesloten op het huidige voetgangersgebied. Het bestaande netwerk van doorsteekjes wordt verder uitgebreid en ook buiten het stadscentrum zet het bestuur in op een tragewegennetwerk. Waar veel lokale besturen worstelen met de ‘S’ van het STOP-principe[1] ligt de voetganger in Hasselt aan de basis van het mobiliteitsbeleid.

 

Marc Schepers (schepen van mobiliteit, sp.a): “We vetrekken bij een wegontwerp voortaan vanuit de behoeften van de weggebruiker. Dan doen we door de dienst mobiliteit en de dienst wegen veel meer op elkaar af te stemmen. Op die manier vermijden we dat een nieuw ontwerp in de praktijk niet blijkt te werken voor zachte weggebruikers. We bekijken de inrichting van de publieke ruimte in eerste instantie vanuit het standpunt van de gebruiker en niet enkel vanuit het standpunt van onderhoud. Daarnaast willen we tijdens deze bestuursperiode een inhaalbeweging maken met de realisatie van een auto-arme binnenstad. Daardoor krijgen voetganger en fietsers veel meer plaats. Op dit moment leggen we de Grote Markt opnieuw aan, samen met een aantal straten in de binnenstad. Parkeren op straat zal daar niet meer mogelijk zijn. We werken er met een wegprofiel van gevel tot gevel dat maximale ruimte geeft aan voetgangers en fietsers. Auto’s zijn binnenkort niet meer welkom binnen de kleine ring (R70, nvdr). Ze moeten erbuiten of ondergronds parkeren. We werken vanuit een algemene visie en logica waarin elke weggebruiker zijn plek heeft.”

 

Ruimte voor voetgangers

 

In maart opent de Blauwe Boulevard, een nieuw stadsdeel aan de kanaalkom met een ondergrondse parking. Marc Schepers vindt het uitdagend om de binnenstad en de Blauwe Boulevard ruimtelijk zo met elkaar te verbinden dat voetgangers automatisch naar het centrum worden geleid. “Het wegprofiel van de kleine ring is op de auto gericht”, zegt Schepers. “We willen een virtuele knip maken in de ring: er komt een plein waar de auto ondergeschikt is aan de voetganger. Dat wordt een belangrijk precedent in de verdere ontwikkeling van onze stad. De grote ring (R71, nvdr) zal de hoofdcirculatie van het autoverkeer rond de stad overnemen. De kleine ring moet op termijn een soort cirkelvormige Ramblas worden, met veel meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Ook het openbaar vervoer wordt er gereorganiseerd.”

 

Hasselt was een van de eerste Belgische steden met een voetgangersplan. In 1975 verdween de auto uit de Koning Albertstraat. Systematisch werd de voetgangerszone uitgebreid. De omvorming van de kleine ring tot Groene Boulevard gebeurde in de jaren negentig. Twee maal twee rijstroken werden omgevormd tot één maal twee rijstroken. Dat was toen revolutionair voor het midden van een stad. Maarten De Schepper (mobiliteitsambtenaar): “Vandaag merken we dat er in die tijd ontwerpfouten zijn gemaakt, vooral op het vlak van infrastructuur voor voetgangers en fietsers. Daar gaan we nu opnieuw mee aan de slag. Tot vorig jaar konden er nog auto’s op de Grote Markt parkeren. Na de heraanleg wordt dat plein autovrij, net zoals in andere centrumsteden. Er is op dat vlak een mentaliteitswijzing: mensen vinden het intussen normaal dat je niet meer met de auto tot in het hart van de stad geraakt.”

 

Fysieke barrières

 

Hasselt bakent het stadscentrum af met hydraulische palen, om wagens te weren. Om te laden en lossen verdwijnen de palen tussen 6 en 11 uur en tussen 18 en 20 uur in de grond. Uitrijden is altijd mogelijk en vergunninghouders met een badge kunnen de autovrije zone nadien nog binnenrijden.

Maarten De Schepper: “We kiezen voor een palensysteem en niet voor ANPR-camera’s. Steden die met camera’s werken, schrijven boetes uit. Dat schrikt sommige bestuurders niet af, waardoor er altijd ongewenste auto’s in de binnenstad blijven rondrijden. Een palensysteem is een fysieke barrière: wagens kunnen de stad gewoonweg niet meer in. Bij grote evenementen of op piekdagen moeten we dan geen extra betonblokken plaatsen. Dat is een voordeel: we hoeven geen personeel en middelen in te zetten voor die zware obstakels, die overigens ook de doorgang voor de bewoners blokkeren. Betonblokken zijn trouwens erg onaantrekkelijk. We kiezen daarom voor verzinkbare palen, ook voor de verdere uitbreiding van de voetgangerszone.”

De stad Hasselt beveiligt niet alleen het voetgangersgebied in de binnenstad, maar ook haar evenementenlocaties. Ze richten de ruimtes zo in dat gemotoriseerde bestuurders er niet binnen geraken, met onzichtbare systemen. Maarten De Schepper: “Op het Kolonel Dusartplein bijvoorbeeld komen zitmuurtjes die ondergronds verankerd zijn, zodat een vrachtwagen er niet over kan rijden. Een studiebureau heeft alle gevoelige evenementenlocaties onder de loep genomen en stelt binnenkort een advies op voor de beveiliging.”

Marc Schepers: “Het gaat niet om antiterreurmaatregelen op zich. Het is belangrijk om het stadscentrum in de eerste plaats veiliger en aantrekkelijker te maken voor voetgangers en fietsers én tegelijkertijd in te spelen op de terreurdreiging, hoe klein de kans op een aanslag ook is. Het is een maatschappelijk debat dat overal wordt gevoerd, niet alleen in Hasselt.”

 

Gemeenschappelijke doelstellingen

 

Marc Schepers: “Aan ruimtelijke of verkeerskundige maatregelen gaat altijd een participatietraject vooraf. We betrekken de stakeholders bij de beleidsvisie en het denkproces en we zorgen voor een draagvlak. Vanaf de eerste dag zijn we duidelijk over de randvoorwaarden en de doelstellingen. We laten mensen dus niet hun ideale verkeerscirculatie op een wit blad tekenen. Het beleid, de stadsdiensten en de adviesorganen staan in voor de visievorming. In de binnenstad maken we een duidelijke keuze over de positie van de auto. Er is ruimte voor aanpassingen. We luisteren naar de bezorgdheden en de belangen van de betrokkenen en we verwerken die zo goed mogelijk binnen het vooropgestelde plan. In een participatietraject moeten we naar gemeenschappelijke doelstellingen zoeken. Een autoluwe binnenstad realiseren doe je door samen na te denken over gevolgen en oplossingen.”

 

Ontweven

 

Er komt een bereikbaarheidsplan voor elke wijk binnen de grote ring en elke deelgemeente buiten de grote ring. Marc Schepers: “In een circulatieplan komt elke weggebruiker aan bod. Voor voetgangers komen er bijvoorbeeld veilige en aangename doorsteekjes. Die maken de loopafstand korter en zorgen voor meer veiligheid. We duwen niet alles in één wegprofiel, maar we doen aan ontweving en zoeken zo de beste plaats voor elke weggebruiker. Met een studie activeren we het tragewegennetwerk: een volwaardig netwerk voor voetgangers en deels ook voor fietsers. Het ruimtelijke beleid en het vergunningenbeleid zijn daarvoor belangrijke instrumenten. Verbindingen voor zachte weggebruikers hoeven niet noodzakelijk langs de rijbaan te liggen. Waar auto’s moeten rijden, zorgen we ervoor dat dat op een goede manier kan. Op andere plekken of op bepaalde tijdstippen zijn auto’s niet welkom. We zetten in op voetgangers- en kindvriendelijke schoolomgevingen. We pakken per jaar tien van de veertig Hasseltse scholen aan.”

Ook in het historische stadscentrum komt er een netwerk van doorsteekjes. Er is al een voetgangersverbinding parallel aan de winkelas. Voetgangers kunnen daar leuke kleine binnentuintjes en pleintjes ontdekken. Bij de herontwikkeling van het oude administratieve centrum tot woongebied komt een doorsteek, die aansluit op de tuin van de gouverneur. Die tuin wordt openbaar gemaakt. Van daar gaat het via de Walputsteeg naar het Groenplein met het oude stadhuis: een voetgangersroute vanaf de Groene Boulevard tot in het hart van de stad.

Marc Schepers: “Het is een uniek verhaal met veel dimensies: vergroening, mobiliteit, beleving, woonontwikkeling. We willen het project stapsgewijs realiseren tegen het einde van de bestuursperiode. De gouverneurstuin openstellen lukt hopelijk tegen de zomer, de rest volgt dan in de jaren erna. In een volgende fase willen we het netwerk van groene voetgangersverbindingen over de kleine ring doortrekken naar de wijken errond, zodat het stadscentrum voor Hasselaren op loopafstand ligt. Ook daar zal de auto langzaam maar zeker ondergeschikt worden. Ons netwerk van voetgangersdoorsteekjes is iets waar we trots op zijn. We willen het dan ook uitbreiden en cultiveren.”